Een uitgewoonde plek

Een uitgewoonde plek,

(vrij naar An attempt at xxhausting a place in Paris; 18 oktober 1974)

Een man met platte pet haalt een karretje vanuit een blauwe bestelwagen.
Laadde het vol met schoonmaakmiddelen,
en duwde het de straat door.
De kleuren mengen: een grijsheid zo zelden uitgelicht.
Gele vlakken, roodachtige tinten.
Een zo goed als lege bus komt voorbij.
Een politieauto remt voorzichtig
en keert om nabij het kerkplein.
Open parapluies
en motorvoerthuigen klikken hun lichten aan.
De wind lijkt in stoten te blazen
maar weinig auto’s vegen de regen van hun voorruiten.
De kerk aan het plein stopt de klokken.
Wederom een zo goed als lege bus passeert.
In lijn 63 zit een man met een platte pet, alleen in de bus,
De mensen lijken schoon
en kalm.
Al zweten ze na de vespers
omdat de ramen zijn beslagen.

Nacht en winter;
Onwerkelijke voorkomens van passanten.
De dagelijkse haastigheden
komen langzaam tot een haastige stasis stil.
Een man draagt kleden.
Zo veel mensen, heel veel schaduwen
en alweer een lege bus komt langs.
De grond gloort in het grijs.
Het lijkt harder te regenen.
Het is na zessen.
En het is tijd voor de avondspits.
Een in blauw gestoken winterjas met hond,
druipt in voorgelegen stappen af,
naar een zijsteeg- omdat hij er woont
-moe van de dag en vol van de vrome klokslag.
Hij trekt aan de deur van de kroeg,
maar die gaat naarbinnen open.
Hij treedt als een geest de volle kroeg in.
Ik zie in de weerspiegeling
dat hij een absinthe bestelt.

Geef een reactie