Le Pneu Michelin a vaincu le rail

 

in de mens is de sleuf mens
van de mens door de draaiing
van het vormenwiel afgeschroefd.

De verbanden ik
ontsporen het land in, de aders wij
de ruimte, het woord klettert overal
de klippen af, het krijt maar wat,
de taal zelf verkettert het elfje
dat tussen twee frames gevangen
bij de goden te trillen staat,

stond, van haars eigen schoonheid
weg oscilleert. Haar lijfje dat
te pletter spat. De bruid, liefste,

dient zorgvuldig uit de maagd
gepeld, zorg maar dat het wit niet
scheurt met al dat glas, moet er
overigens niet geboend, gestreken
worden, kan het wel zo het kader in,
komen er niet ergens weer van die
rozige wolkjes vrij? Zelfs? We zullen

zullen we niet, we zouden ons toch
het gezeten zijn laten welgevallen
ik koning afwisselend koningin jij
terwijl het ons her en der een paar
naakten doorvalt & de hele
hermafrodiete afwikkeling, kom

frommel het maar op-
nieuw:

 

2006-2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding

door

Auteur, graficus, filosofisch ingestelde theoreticus, prutst graag met triplex.

Geef een reactie